Jorn

‘‘Lieve opa, je bent de vader geweest die ik nooit heb gehad’’. Mijn eerste woorden in de speech op de uitvaart van mijn opa. Ook de enige woorden die ik heb uitgesproken. Ik brak en mijn zus nam het over. Deze eerste zin vertelde voor mij op dat moment alles. Hierin zat mijn verdriet. Verdriet wat onderdeel is van wie ik was, ben en altijd zal blijven… Dit is mijn verhaal. Mijn ervaring met de dood. Mijn confrontatie en het gesprek met mezelf. Er open over kunnen zijn op mijn manier. Misschien er wel meer over praten, het bespreekbaar maken.

Grotendeels ben ik door mijn opa opgevoed. Hij was voor mij een voorbeeld; als opa en als vader. Net zo onbeschrijflijk als wat mijn moeder heeft gedaan. Een powervrouw die mij en mijn twee broers en zus heeft opgevoed. Enkele weken na het verlies van mijn opa kwam daar nieuwsjaardag. Een dag waarin het samen inluiden van het nieuwe jaar omsloeg naar een moment waarin de toekomst van mijn maatje Angelo werd ontnomen. Een hartaanval heeft ervoor gezorgd dat 1 januari voor mij nooit meer hetzelfde zal zijn. Reanimatie, politie; ik was erbij. Een verschrikkelijk beeld. Erover dromen, de nacht herbeleven, angst dat het zomaar iedere dag over kan zijn. Ik heb het afscheid grotendeels mogen vormgeven, nauw met zijn moeder Karin. Zonder zijn vader die een een aantal jaren daarvoor zelf afscheid had genomen van het leven. Natuurlijk zei ik op dat moment ja, maar de impact die het heeft gehad blijft heftig. Hoe kon ik op dat moment afscheid nemen? De eerste periode was ik alleen maar boos op de wereld. Acht maanden later werd ik gebeld door een vriend. Karin was dood gevonden met het autopsierapport van Angelo in haar handen. Haar hart stopte letterlijk door liefdesverdriet. Bizar, dubbel, maar ook mooi. Achteraf bleken ze allebei dezelfde hartafwijking te hebben.

Door deze periode ben ik krachtiger geworden. Maar als het gaat over mijn emoties. Je hoort me er niet over. Tussen de dood van Angelo en die van zijn moeder werd ik gebeld door mijn goede vriend Wilco. Hij vertelde me dat ik zo snel mogelijk zijn auto moest pakken om naar mijn vader te gaan. Het contact met mijn vader was weg, maar nu stond ik voor de beslissing om hem nog één keer in de ogen te kijken; afscheid van hem te nemen. Boosheid en onbegrip voor wat hij heeft aangericht hebben mij geleerd hoe ik het in het leven niet wil doen. Ik heb het laatste moment met mijn vader gehad en werd geconfronteerd met een man die alleen afscheid nam van deze wereld. Iedereen om hem heen, maar hij was alleen.

Gedag moeten zeggen tegen mijn grootse voorbeeld; mijn opa. Mijn maatje Angelo voor mijn ogen dood zien gaan. Het dealen van alles in het leven van mijn vader doordat hij er niet meer is. Gebeld worden en aanhoren dat het hart van de moeder van Angelo, die in miljoenen stukjes is gebroken door de dood van haar zoon, was gestopt met kloppen. Maar ook het afscheid van mijn oma. Het waken bij en het dragen van de kist van Luke met het gehele voetbalteam, waarbij ik door de gesprekken met anderen besef hoe dit van ongelooflijk grote waarde is geweest. Het mezelf kwalijk nemen dat ik niet meer contact met mijn maatje Stef had opgenomen toen zijn kanker genezen was en toen het terugkwam geen moment meer had om dit wel te doen. Ik neem altijd mee wat een fantastische gast hij was. Verwerken zal ik mijn hele leven blijven doen. Rouwen klinkt negatief en laat doorschemeren dat ik hun dood kan afsluiten als een proces. Maar ik sluit de band die ik met ze had en heb nooit af. Ik draag hun naam bij me. Na de heftige periode ging ik bewust en onbewust verder met de mooie herinneringen. Het leven gaat verder dan de dood, ook al is dat lastig in te zien.

Hoewel ik weet dat ik er zelf niet zo snel over zal praten, heb ik de eerste stap gezet om woorden te geven aan de gebeurtenissen die mij hebben gemaakt, getekend en me nu voor mijn eigen uitdaging zetten. Het taboe wegenemen. Voor mezelf en misschien ook wel voor anderen. Ik ben enorm kwaad geweest. Ik heb geleerd om dankbaar te zijn. Ik heb een kinderwens waarin ik het echt anders wil gaan doen dan mijn eigen vader. Ik durfde de hulpvraag niet te stellen. Ik wilde niet de man zijn die alles had meegemaakt. Ik heb enorm veel schaamte gevoeld. Ik heb dingen nog steeds niet kunnen verwerken. Ik heb mensen die dichtbij me staan anders leren kennen. Ik leef intenser en durf elke dag te genieten. Ik ken de angst dat het iedere dag zomaar over kan zijn. Ik heb flashbacks. Ik heb me schuldig gevoeld, ook al kon ik er niks aan doen. Ik heb de vraag: ‘’Waarom jij?’’ veel gesteld. Ik heb me afgevraagd waarom ik het niet was die aan het begin van het jaar gereanimeerd moest worden omdat mijn levensstijl niet iets was om trots op te zijn. Ik heb mezelf weggecijferd. Misschien gaat de bom nog een keer barsten. Ik ga er op mijn eigen manier keihard doorheen. Ik laat iets meer van mezelf zien, ook al zal ik niet snel zelf beginnen. Ik weet dat erover praten misschien wel veel gaat brengen of belangrijk kan zijn. Maar ik zal er in ieder geval altijd voor mijn omgeving zijn. Samen zijn. Elkaar vertrouwen. Elkaar begrijpen. En dus misschien wel wat meer delen.

Oud en nieuw zal altijd het moment blijven met tranen. Alle lieve mensen die ik los heb moeten laten komen op dat moment langs. Maar ook het besef van intens geluk; met de mensen die er op dat moment zijn en de mensen die er niet bij kunnen zijn. Hoe anders ik het ook graag gezien had.